De toekomst van betalen deel 2: Het ontstaan van munten

In het vorige artikel uit deze serie legden we het ontstaan en de achterliggende gedachte van ruilhandel uit. Maar de wereld van betalen werd alsmaar groter. En dan is er natuurlijk een alternatief nodig. De Lydiërs hadden wel een ideetje.

De bewoners van het huidige West-Turkije zijn naast hun absurde rijkdom ook bekend geworden door het uitvinden van de dobbelsteen. Het was een volk met een grote handelsgeest die zocht naar een wat praktischere manier van betalen. In de rivierbedding bij Lydië waren klompjes zilver en goud te vinden. Deze grondstof, die ook toen al van hoge waarde werd geschat, was perfect om mee te ruilen.

Er was echter een klein probleempje. Het ene klompje was natuurlijk groter dan de ander en daarom zou het niet zomaar als waterdicht systeem kunnen fungeren en er was toen natuurlijk nog geen goudprijs in dollars of iets dergelijks. Daarom besloten ze stempels op de goud- en zilver aan te brengen om te laten zien hoeveel ze waard waren.

Nieuwe serie ‘De toekomst van betalen’
In deze nieuwe serie nemen we je elke week mee in de wereld van betalingen. Hoe werd er vroeger betaald, hoe doen we dat nu, en misschien wel belangrijker: hoe zal dit zich ontwikkelen in de toekomst? Rekenen we over 25 jaar nog wel iets af met contant geld? Welke betaalmogelijkheden zullen we in de toekomst hebben?

De Grieken vonden dit een goed idee en namen het dan ook gretig over. Elk stadstaatje waagde zich naast een munt ook aan een wisselkantoor zodat je de munten kon wisselen.

De Romeinen waren de eersten die echt op grote schaal professioneel munten begonnen te slaan, vooral omdat dat makkelijker was om hun belastingen te kunnen innen. De oorlogen kostten namelijk erg veel geld en dat moest toch op de een of andere manier bekostigd worden. Voor al die wegen, bruggen, soldaten en wapens was een ruileconomie niet langer geschikt. De naam munt komt voort uit de munten in de tempel van de Romeinse godin Juno Moneta, waar ze geslagen werden. Juno hield het proces nauwlettend in de gaten om erop toe te zien dat de munten niet vervalst werden. 

Alles loopt in de soep

Toen de Romeinse economie echter verslechterde, begon het vervalsen massaal. Op een gegeven moment werd er voor zo’n grote hoeveelheid vervalst, dat de munt een tijdje volledig uit gebruik is geraakt. Karel de Grote was vervolgens degene die de munt opnieuw invoerde met zijn Karolingse pond en hij behield als keizer het recht om munten te slaan.

Wil je elke dag in minder dan 5 minuten op de hoogte zijn van het financiële nieuws? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Rond het jaar 1000 bloeide de handel in Italië weer op en was er opnieuw heel veel behoefte aan een munt. De Italianen sloegen toen een gouden – ook wel een gulden – munt, waarmee je overal kon betalen omdat die zoveel waard was. De munten kregen op den duur ook versieringen op de rand, zodat een vervalser niet langer de randen van de munten af kon schrapen om daar nieuwe munten van te maken.

Bankbiljetten

Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw wilden handelsreizigers niet met hele grote zakken goud rondlopen. Dat was zwaar, lomp en fungeerde dus niet als handig middel om mee te handelen. Daarop was natuurlijk een goede oplossing te verzinnen. Zij gaven hun munten aan een goudsmid, die hen in ruil daarvoor een brief meegaf met daarop hoeveel geld ze zouden krijgen. Daarnaast werd hun naam toegevoegd. Op een gegeven moment ging de smid ook maar gewoon zelf briefjes uitschrijven zonder naam. Die konden mensen dan gebruiken om mee te betalen. 

Iedereen kon dit briefje dan weer inleveren bij de smid, om hiervoor weer goud te ontvangen. De overheden wilden dat alle briefjes hetzelfde waren en dus kocht de centrale bank het goud van de smeden die in ruil daarvoor briefjes kregen. Zo ontstonden dus de eerste banken. 

Giraal en chartaal

We hebben dus tijden gekend waar alleen cash gebruikt werd. Vandaag de dag proberen banken en overheden het gebruik van contant geld echter zoveel mogelijk te ontmoedigen. Vorig jaar betaalden voor het eerst meer mensen met hun pinpas (55%) dan met contant geld (45%). Het in stand houden van bijvoorbeeld wisselbureaus en het transport van wisselgeld naar winkels gaat op den duur erg veel kosten. Omdat er zo weinig mensen mee betalen, wordt het in stand houden erg duur.

Witwassen

De voornaamste reden om cash te ontmoedigen, is omdat de overheid witwassen tegen wil gaan. Contant geld is perfect om mee wit te wassen en jaarlijks wordt er dan ook voor €16 miljard op die manier witgewassen. Zoals we in het vorige artikel ook al schreven, vindt de overheid het niet zo tof als je over je goederen of diensten geen belasting betaald. Daarom wil de overheid het liefst dat alles op bankrekeningen staat: dat is voor hen het makkelijkst om te kunnen controleren.

Als iets zwart wordt verkocht heeft de overheid hier geen weet van en dat betekent natuurlijk minder belastinginkomsten. Om deze reden mogen ondernemers vanaf 2021 geen bedragen van €3000 of hoger aan contant geld accepteren. Daarnaast wordt de €500-biljet niet meer gedrukt. Met die biljet kun je makkelijk honderdduizenden euro’s in je broekzakken meenemen. Door mensen de mogelijkheid te geven, vergroot je de kans op witwassen. Op deze manier kunnen mensen veel te gemakkelijk vervoeren naar plekken of mensen die het voor hen witwassen. 

Aan de ideeën kleven echter ook grote nadelen. Het is namelijk zeker niet ondenkbaar dat er een grote storing komt, of een overstroming en dat de mogelijkheid tot pinnen tijdelijk vervalt. In dat geval is er weinig alternatief om mee te betalen en dit kan tot hele nare situaties leiden, want mensen hebben toch écht geld nodig om eten te kopen. Ook ouderen en laaggeletterden zullen hier nadelen aan ondervinden. Zij gebruiken vaak nog contant geld als betaalmiddel. Dat is immers een stuk makkelijker voor hen om te gebruiken dan die moeilijke technologie. Maar binnenkort zullen ze toch echt aan de pinpas moeten beginnen.

Hoe die systemen zich uitbreiden tot wat we vandaag de dag het financiële systeem noemen, lees je de volgende keer!

Afbeelding: Alex Berger (CC BY-NC 2.0), via Flickr

Laurens Van den Berg & Maartje Smit

Reageren