Lekker voor de Belgen

Vorige week las ik dat België de wedstrijd had gewonnen om het Europese distributiecentrum van het Chinese bedrijf Alibaba. Daarbij troefde het land onder andere Nederland af. De prijs bleek echter een stuk kleiner dan iedereen had gedacht. De Belgen zullen vast balen, maar ik lach mij rot.

Begrijp mij niet verkeerd, het is geen gevalletje van ‘wie het laatst lacht, lacht het best’. Het is niet zo dat ik baalde dat Nederland het distributiecentrum aan zich voorbij zag gaan en daarom uit puur misgunnen de Belgen nu uitlach. Ook als Nederland deze kat in de zak had gekocht, had ik op de vloer gelegen.

Ik zal even uitleggen waar het om draait, voor degenen die het niet weten. Precies twee maanden geleden schreef ik een column genaamd ‘In de Europese race naar de bodem, gaat prestige boven mensenrechten’. Ik schreef deze column omdat ik mij kapot schaamde voor het gedrag van een aantal Europese leiders, waaronder onze eigen Mark Rutte.

Er had dat weekend namelijk in de krant (FD) gestaan hoe Rutte zich mengde in de strijd om het Europese distributiecentrum van de Chinese webwinkel Alibaba. Die strijd bleek al twee jaar lang gevoerd te worden en werd dus uiteindelijk gewonnen door België. Naast Nederland en België wilden bijvoorbeeld ook Duitsland en Frankrijk deze ‘prijs’ binnenslepen.

In dat artikel in het FD werden echter ook vraagtekens gezet bij het aantal banen dat het distributiecentrum moest gaan opleveren. Een nieuw distributiecentrum van concurrent JD.com bij Shanghai was namelijk zo geautomatiseerd, dat er vier mensen werkten voor de 200.000 pakketjes die er dagelijks werden afgehandeld. Of het distributiecentrum van Alibaba ook zo geautomatiseerd zou worden was natuurlijk nog de vraag, maar het was wel illustrerend.

De conclusie uit mijn vorige column was dat het binnenhalen van het distributiecentrum meer draaide om prestige dan dat het daadwerkelijk de economie een flinke boost ging geven. Voor dat prestige trokken regeringsleiders alles uit de kast. Dat bestuurders van grote bedrijven als koningen worden onthaald, vond ik ronduit gênant. Ook vond ik dat van Rutte, die de meeting wel nog redelijk onder de radar hield. De Belgen deden dat niet. Bij onze zuiderburen kwam er een hele fotosessie aan te pas met de premier en Jack Ma van Alibaba werd ook nog door koning Filip ontvangen. Maar de echte reden waarom ik het gênant vond en nog steeds vind? Omdat Alibaba de Chinese regering helpt om structureel mensenrechten te schenden, door middel van het sociale kredietsysteem dat het bedrijf voor de Chinese overheid test.

Het vertoon werkte voor de Belgen en zij haalden de deal binnen. Alleen naar buiten toe werd er niet veel over gezegd toen het eenmaal rond was. Dat was vreemd, gezien het circus dat eerder had plaatsgevonden. Wat er aan de hand was? De deal bleek veel minder gunstig dan de Belgen dachten. Het FD meldde dat de deal niet om miljarden ging, maar slechts om miljoenen. Het centrum blijkt volgens sommige bronnen slechts de helft van de originele omvang te zijn. Ook moesten ze er een prominente plek bij de luchthaven van Luik voor weggeven, die ze veel beter aan pakketdienst FedEx hadden kunnen geven.

Daarmee lijken de Belgen alles uit de kast te hebben getrokken voor een kat in de zak. Maar ik kom niet meer bij van het lachen. Verdiende loon als je de baas van zo’n eng bedrijf ontvangt als een koning.

Frank Meijer

Schrijft over allerlei dingen en wil na een paar bier nog wel eens beginnen over een vijfjarenplan. Woont in Ûtreg en is bijna klaar met de studie Journalistiek.

Reageren