WTO-klacht China en EU tegen invoerheffingen VS

De wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft woensdag een klacht in behandeling genomen van China en de Europese Unie over Amerikaanse importheffingen. Het zou weleens een voorbode van het einde van de internationale handelsregels kunnen betekenen.

In 1948 werd door 23 landen de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) getekend. Het internationale handelsverdrag was bedoeld om de wereldhandel te stimuleren en te voorkomen dat economische conflicten zouden leiden tot een nieuwe oorlog. In 1995 kwam uit de GATT de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voort, waarbij inmiddels 164 landen zijn aangesloten.

Heel vredelievend ging het daar deze week niet aan toe. Amerikaanse en Chinese afgevaardigden vlogen elkaar woensdag in Genève in de haren. Van Amerikaanse zijde werd betoogd dat China boter op het hoofd heeft en de WTO misbruikt om oneerlijke handelspraktijken te plegen. De Chinezen zeggen op hun beurt dat de VS eerst maar eens met bewijzen moeten komen voor die beschuldigingen voordat ze kritiek op hun importheffingen wegwuiven.

Arbitrageprocedure

De inzet is hoog. China en de EU hebben bij de WTO een klacht ingediend over invoertarieven op staal en aluminium die de Verenigde Staten in mei afkondigden. Mexico, Noorwegen, Rusland en Canada sloten zich bij deze procedure aan. Overigens nam de WTO tegelijkertijd ook een klacht in behandeling over Chinese diefstal van Amerikaans intellectueel eigendom.

Volgens het WTO-verdrag mogen landen niet zomaar handelsbarrières opwerpen. Een uitzondering is mogelijk als de nationale veiligheid in het geding is. Volgens de Amerikanen is dat het geval. Als andere landen staal dumpen gaan Amerikaanse hoogovens failliet en wordt de defensie-industrie afhankelijk van buitenlandse toeleveranciers. De landen die nu een procedure aanspannen vinden dat Amerika de regels oprekt. Als staalhandel de nationale veiligheid betreft, dan doet Franse wijn dat wellicht ook, grapte een Europese diplomaat.

Nationale soevereiniteit

Het is voor het eerst dat een WTO-uitspraak wordt gevraagd over deze vrijstelling. Lidstaten zijn traditioneel nogal huiverig voor bemoeienis van multilaterale organisaties met hun nationale veiligheid. En in de internationale diplomatie geldt: wie zich bemoeit met andermans zaken kan de bal vroeg of laat terug verwachten.

Maar er is nog een reden waarom deze kwestie explosief is. Trump heeft van tevoren gedreigd dat hij het WTO-verdrag zal opzeggen als die organisatie Amerika -in zijn ogen- blijft benadelen. Zoals bekend, is Trump sowieso geen voorstander van multilaterale organisaties die ‘de soevereiniteit van de VS bedreigen’. Een succesvolle procedure van zijn grootste uitdager, voormalige vijand, grootste bondgenoot, twee buurlanden (en Noorwegen) kan wel eens de druppel zijn die Trumps emmer laat overlopen.

Recht van de sterkste

Het is niet goed denkbaar dat de WTO kan voortbestaan zonder de grootste economie ter wereld. Implosie van het instituut zou betekenen dat in de internationale handel voortaan het recht van de sterkste geldt. En dat is vooralsnog de VS.

Toch houden ze in Washington rekening met nog een ander scenario. In een interview met de BBC herhaalde Kevin Hassett, voorzitter van de raad van economisch adviseurs van het Witte Huis, woensdag nog maar eens wat er allemaal niet aan de WTO deugt. Op de vraag hoe dat kan worden verbeterd antwoordde hij: bilaterale onderhandelingen, hervorming van de WTO of verwijdering van China uit het systeem van internationale handelsregels. Die laatste optie zou Trump goed uitkomen: samen verder zonder China. Maar de vraag is of de wereld beter af is met de grootste economie binnenboord te houden door de een na grootste buitenspel te zetten.

Fred Sengers

Reageren