In de Europese race naar de bodem gaat prestige boven mensenrechten

Dit weekend stond in het Financieele Dagblad een artikel over hoe Mark Rutte zich mengde in de strijd om het Europese distributiecentrum van de Chinese webwinkel Alibaba. Al twee jaar lang blijken Europese regeringsleiders de Chinezen te paaien om het distributiecentrum in hun land te vestigen. Duitsland wilde het centrum binnenslepen, de Franse president Macron claimde de ‘hoofdprijs’, maar ook de Bulgaren, Belgen en Nederlanders deden mee.

Het Europese distributiecentrum is erg gewild onder Europese leiders, onder andere voor de vele banen die het zou moeten opleveren. Al is dat nog maar de vraag. In het artikel van het FD wordt bijvoorbeeld het distributiecentrum van concurrent JD.com genoemd bij Shanghai. Deze is zo geautomatiseerd, dat er voor de afhandeling van 200.000 pakjes per dag 4 mensen in dienst zijn. Prestige lijkt ik dit geval eerder het doel te zijn.

Vestigingsklimaat

Met de discussie rond de afschaffing van de dividendbelasting brak er ook een discussie los over ‘het vestigingsklimaat’. Moeten we als land geld investeren en onze fiscale regels aanpassen om bedrijven hier naartoe te lokken, zoals nu met de opbrengsten van de dividendbelasting zal worden gedaan? Wat leveren die bedrijven op? Wordt het zo geen race naar de bodem? En: moet een Nederlandse premier – en met hem nog menig andere Europese leider – überhaupt op z’n knietjes gaan om een bedrijf binnen te halen? Deze vragen kun je ook stellen bij het aantrekken van het Europese distributiecentrum van Alibaba.

Er is echter een vraag die veel belangrijker is. Namelijk: moeten we een bedrijf als Alibaba wel in Nederland willen hebben? Want het bedrijf houdt er niet bepaald dezelfde ethiek op na als Westerse bedrijven. Ethiek? Westerse bedrijven? Ja, wel vergeleken met Alibaba.

Chinezen lezen geen Orwell

Voor sommigen onbekend en voor andere niet: Alibaba helpt de Chinese overheid om op systematische wijze mensenrechten te schenden. Het ‘sociale krediet systeem’, wat in 2020 in China geïntroduceerd moet worden, moet Chinese burgers nauwlettend in de gaten houden. In dit systeem krijgen Chinese burgers punten toegekend op basis van hun gedrag, zoals hoe ze zich tegenover anderen gedragen en of ze zich aan de regels houden. Gedraagt een Chinese burgers zich niet zoals de overheid dat graag ziet, dan kan de sociale kredietscore zo laag worden dat ze op een zwarte lijst komen. Sta je op deze lijst dan kun je bijvoorbeeld worden uitgesloten van het openbaar vervoer. Eén ding is duidelijk: in China wordt geen Orwell gelezen.

Dit proces wordt al in gang gezet. De zwarte lijst bestaat bijvoorbeeld al en degenen die hier opstaan, worden al geweigerd op luchthavens en op het treinstation. De Chinese overheid heeft ook al een test gedaan voor het kredietsysteem met grote Chinese techbedrijven, waaronder Alibaba. Omdat Chinezen de diensten van het bedrijf veel gebruiken, beschikt het bedrijf over veel data van zijn klanten. Het systeem van onder andere Alibaba moet als voorbeeld dienen voor het overheidssysteem dat in 2020 ingaat.

Mensenrechten

Dit systeem heeft alle potentie om de mensenrechten van Chinese burgers nog verder in het nauw te drijven. Daarom is het feit dat Europese leiders, waaronder onze eigen Mark Rutte, naar het pijpen van de bestuurders van Alibaba dansen, ronduit gênant te noemen.

Maar goed, wat zou het toch mooi zijn als wij dat distributiecentrum konden binnenslepen hè Mark?

Afbeelding: World Economic Forum from Cologny, Switzerland (CC BY-SA 2.0), via Wikimedia Commons

Frank Meijer