Koopkracht lage inkomens valt lager uit in nieuwe berekening verhoogde energiebelasting

De koopkracht valt lager valt uit voor lage inkomens als de energielasten anders worden berekend. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). De koopkracht voor de laagste inkomens daalt dan met dan met 0,2% ten opzichte van de genoemde getallen in de miljoenennota. Het CPB herberekende de cijfers op verzoek van GroenLinks.

De hoogste inkomens gaan er met hetzelfde percentage van 0,2 op vooruit. In de nieuwe berekening is de koopkrachtstijging bijgesteld naar 0,9% voor de laagste inkomens en 1,8% voor de hoogste. De koopkrachtgroei in de miljoenennota is berekend op 1,1 en 1,6 procent voor dezelfde groepen. De verhoging van de energielasten heeft vooral impact op de laagste inkomens. Die besteden percentueel gezien veel meer aan energiekosten dan de hogere inkomens. Dit komt niet enkel door de energiebelasting in sommige gevallen. Zo kan het ook te maken hebben met zaken zoals slechter geïsoleerde woningen.

Haken en ogen

Energielasten worden normaliter berekend via de inflatie omdat deze er een flinke invloed op hebben. Het is echter maar een cijfer wat daar uitkomt en heeft op alle inkomensgroepen ongeveer hetzelfde effect. Nu zijn ze apart meegenomen om tot de nieuwe koopkrachtplaatjes te komen. Wel benadrukt het CPB dat deze methode kan worden gebruikt voor meerdere onderwerpen maar dat het praktisch gezien niet handig is. Door de verbondenheid tussen inflatie en energielasten – het is een van de indicatoren van inflatie – zal er een dubbeltelling ontstaan.

Afbeelding: Krzysztof Lis (CC BY 2.0), via Flickr

Rayen Rudrasingh