Afbeelding: Husky, via Wikimedia Commons (CC BY-4.0)

Zo komen de partijen aan het geld voor de campagnes

De rook van de gemeenteraadsverkiezingen is opgetrokken en de campagnes zijn voorbij. De enorme hoeveelheid flyers (met soms nog een appeltje erbij), de banners, posters, reclame-campagnes: er worden flink wat kosten gemaakt om jouw stem binnen te halen. Maar hoe komen die partijen aan het geld?

De VVD Amsterdam pakte op de verkiezingsdag enorm uit met een advertentie op de cover en achterkant van de Metro in Amsterdam. Een kort onderzoek wijst uit dat dit ongeveer 44 duizend euro kost. En ook andere partijen pakken uit om kiezers te overtuigen voor hun partij te kiezen, waar kosten noch moeite worden gespaard.

Meer leden betekent meer inkomsten

Het budget van een politieke partij is afhankelijk van een aantal factoren. De helft van het geld wordt binnengehaald door de leden en het lidmaatschapsgeld is dan ook de belangrijke inkomstenbron voor veel partijen. Die inkomsten verschillen per partij, maar de grote partijen harken hier al veel meer geld binnen de lokale partijen. Niet zo gek dus dat de VVD wel zo’n enorme advertentie kan plaatsen, waar bijvoorbeeld de LPM (Lokale Partij Middelburg) wat minder mogelijkheden heeft om uit te pakken.

Inleveren van salaris

Er staat (uiteraard) een vergoeding tegen een zetel. Een politicus van een partij krijgt een salaris voor de werkzaamheden, maar bij sommige partijen moet dit worden ingeleverd. De SP – Socialistische Partij – vindt het werk van vrijwilligers evenveel waard als dat van de volksvertegenwoordigers en stopt al het salaris in de partijkas. Vanuit de partij wordt er vervolgens een modaal inkomen overgemaakt naar de politicus die de zetel bezit. Ongeveer 48% van de inkomsten van de SP zouden op deze manier worden verkregen.

Geheel in lijn met de gedachte van de partij wordt er bij de SP wel ‘partijbelasting’ afgedragen, net zoals dat de VVD en het CDA hier niets van willen weten. Bij de PvdA en GroenLinks zou deze belasting ongeveer tien procent bedragen, wat toch ook kan oplopen tot flink wat geld dat bijvoorbeeld in de campagne wordt gestoken.

Vrijgevige sponsoren

De meeste partijen hebben wel vriendjes rondlopen met een zak geld. Die vriendjes zijn voor de rechtse partijen vooral zakenlieden, de linkse partijen krijgen geld van de vakbonden. Ook zijn er belangengroepen die bereid zijn de campagne te steunen van een partij die hen goed gezind is, al moeten partijen altijd de schijn voorkomen dat er sprake is van belangenverstrengeling.

Het kan nogal een schimmige manier zijn om geld binnen te harken, waardoor er een wet is gekomen die de giften wat transparanter moet maken. Bedragen boven de 4500 euro moeten in het financieel verslag van de betreffende politieke partij worden vermeld.

Subsidie voor de grote partijen

Voor kleinere partijen is het lastig om veel geld binnen te harken. Het aantal leden is lager, salaris voor de zetels is er vaak niet en sponsoren zijn minder bereid om veel geld te schenken aan een kleine partij. Ook op de overheid hoeft er niet gerekend te worden, de subsidie gaat namelijk alleen naar partijen die minimaal één zetel hebben behaald in de Tweede- en Eerste Kamerverkiezingen. Voor de VVD geen enkel probleem, voor de LPM opnieuw wat lastiger.

De Rijksoverheid had in 2016 een bedrag van 16,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor alle politieke partijen. Dat bedrag moest dus nog verdeeld worden. Het algemene deel is voor elke partij gelijk, het andere deel is afhankelijk van het aantal kamerzetels en het ledenaantal.

Van al deze inkomsten wordt geld opzij gezet, zodat jij bij het station een flyer in ontvangst kan nemen. De grote partijen genereren wat meer geld, waardoor een appeltje er soms ook net nog vanaf kan.

Afbeelding: Husky, via Wikimedia Commons (CC BY-4.0)

Pim Westenberg