De crisis herleefd: Gaten met gaten vullen en iets met een hypotheek

In deze serie zal Joran-Lars je meenemen in de gebeurtenissen van de kredietcrisis van 2008. De crisis waarvan sommigen nu nog steeds niet hersteld zijn. Waar begon het, waar ging het fout en wie zijn de schuldigen? Hij vertelt het je allemaal in deze monoloog.

Er was eens een crisis…

In september 2008 valt de grote Amerikaanse bank Lehman Brothers om. Dit zal het begin zijn van een slopende globale crisis, die meerdere banken, ondernemingen en landen financieel de verdoemenis in helpt. Als gevolg van deze val tuimelden banken als ABN AMRO, ING en Rabobank in een vangnet van de Nederlandse overheid om te kunnen overleven. Hier hield het nog niet op. Er ging veel vooraf aan deze gigantische crash van de wereldwijde financiële markt. Hoe kon dit ooit gebeuren? In deze serie artikelen neem ik je mee door een paar decennia economische vorming en probeer ik uit te leggen wie wat precies deed, met welk gevolg.

Laten we beginnen bij het begin: hypotheekobligaties. Het product dat een van de belangrijkste oorzaken was van de crisis, ook bekend als de hypotheekcrisis. Deze vorm van obligaties, kun je zien als een grote pot vol met de leningen die jij en ik afsluiten bij een bank met een langere looptijd. Meestal zijn dit hypotheken met het doel om een huis te kopen. Deze obligaties worden vaak opgekocht door grote instituties, zoals pensioenfondsen of andere banken. Omdat bij deze hypotheken het huis als onderpand wordt gezien en het een langdurig verband is, werden deze gezien als relatief veilige beleggingen met een vrij hoog rendement. Daarom waren deze obligaties de afgelopen dertig jaar uitermate populair.

Lewis Ranieri

Deze vorm van obligaties werd in 1975 voor het eerst verhandeld door Lewis Ranieri. De man wordt vandaag de dag gezien als aanstichter van de crisis, terwijl hij pak ‘m beet dertig jaar geleden nog gezien werd als een genie. Letterlijk! Businessweek noemde hem een van de grootste innovators van de afgelopen 75 jaar in 2004. Na de crisis vonden ze hem natuurlijk een eikel pur sang.

Deze obligaties bestonden uit hypotheken met een A, AA of AAA rating. Deze rating worden uitgegeven door het Amerikaanse S&P. Ze geven aan wat de kans is dat het geld terugbetaald wordt. Een hogere rating betekent een hogere kans van afbetaling. Dat zorgt er echter ook voor dat er minder rendement is. Deze ratings verschillen bij beleggingen van AAA, de hoogste, tot BBB, de laagste, en in sommige gevallen staat er nog ‘High Yield’ bij. Deze laatste categorie is een mooi woord voor ‘doe het niet, doe het niet’ vanwege het hoge risico, maar is toch nog steeds populair vanwege z’n hoge rendement. Deze vorm staat ook wel bekend als junkbond, en hou dan even in je achterhoofd dat in het Engelse ‘junk’ net zoveel betekent als ‘troep’. Hebzucht, mensen, hebzucht…

Hoge ratings

Nu is het zo dat deze obligaties alleen bestonden uit hypotheken met een hoge rating, in eerste instantie. Maar in de wereld zijn maar een X aantal huizen en een X aantal mensen om een huis te kopen, dus uiteindelijk raakten deze op. Daarom werden er nieuwe obligaties gemaakt, zogenaamde ‘sub-primes’. Deze bestonden voor het grootste gedeelte uit B, BB en BBB gewaardeerde hypotheken. Sub-prime obligaties zijn dus, met terugwerkende kracht, eigenlijk de prullenbakken van de financiële wereld.

Het systeem is vrij eenvoudig. Toch is het misgegaan, omdat zowel beleggers als banken massaal gingen beleggen in deze hypotheekobligaties. Ze kozen volop voor een bundelvorm van hypotheekobligaties, namelijk CDO’s. Vanuit de redenering ‘wie betaalt zijn hypotheek nou niet’ ging men er vanuit dat dit een solide product was met een relatief laag risico. Maar door de bubbel en run op huizen, namen mensen met een modaal inkomen vijf hypotheken voor vijf verschillende huizen. Ja, want de afbetaling zien we later wel.

Gaten vullen met gaten

In de meeste gevallen werd een gat dan met een ander gat gevuld; mensen leenden massaal om hun hypotheekschuld af te betalen. Zo leek het op papier goed te gaan, maar in feite was dit alles behalve het geval. Vervolgens klapte de huizenbubbel recht in het gezicht van beleggers en bankiers, maar ook woningbezitters. Volledige banken gingen failliet en mensen raakten hun huizen kwijt (wat overigens meer een oorzaak dan een gevolg was, waar ik in het tweede deel van deze reeks op terug zal komen).

In het volgende artikel zal ik dieper ingaan op CDO’s, credit default swaps (sorry, wat?), de bedrijven die de ratings uitgeven en hoe dit kaartenhuis zo ineens in elkaar kon storten. Ook waren er beleggers en bankiers die wel wisten wat er stond te gebeuren anno 2008, ook daar kom ik op terug.

Lehman Brothers was een goedgelovige, die met zijn volle vermogen in hypotheken was gestapt. De verliezen werden vooral geleden op effecten op hypotheken en onroerend goed. Op 9 september 2008 verloor het bedrijf op één dag 40% van de beurswaarde, toen het bedrijf de cijfers van dat kwartaal bekend maakten. In dat kwartaal begon de huizenbubbel te kraken, wat dus af te lezen was aan de cijfers van de bank; zes miljard euro verlies, alleen in de eerste negen maanden van 2008. Lehman was het eerste slachtoffer van de crisis zoals hierboven beschreven, er zouden velen volgen.

Joran-Lars

Veredeld tikgeit bij De Geldpers, ondernemer in de wondere wereld van het internet. Snapt niet helemaal wat een 'maximum snelheid' inhoudt. Beroepsmatig sponsor van het CJIB.